stukjes over boulen

Inhoud / Stukjes

Strandboulen bij club Zout (Reeds eerder verschenen in een clubblad)
Over een butje en toegepaste psychologie (Reeds eerder verschenen in een clubblad)
Op het verkeerde been (Reeds eerder verschenen in een clubblad)
Koude handen (Reeds eerder verschenen in een clubblad)
Je moet er even wat voor doen (Reeds eerder verschenen in een clubblad)
Eindelijk!! (Reeds eerder verschenen in een clubblad)
Een zaak van gewicht (Reeds eerder verschenen in een clubblad)
De scheidsrechter heeft altijd gelijk (maar soms niet) (Reeds eerder verschenen in een clubblad)
Daar blijf je toch voor thuis (Reeds eerder verschenen in een clubblad)
Marbella: gran espectáculo de petanca
Marbella: Holanda ya se fue

Strandboulen bij club Zout

Sinds jaren kwam het weer eens van: het beroemde strandtoernooi van de Stetters op het Castricumse strand. Ik had een extra vrije dag opgenomen voor dit feest en omdat mijn goede boulesvriend Piet Moret nog zoveel vrije uren over heeft dat hij ze op kan nemen om naar Santiago de Compostela te lopen wilde hij wel met mij mee. Piet en ik spelen natuurlijk wel eens vaker samen en wij maken van te voren altijd duidelijke afspraken over lunchpakketje, schoeisel, ophaaltijd en kleding. We gingen dus volgens afspraak niet in clubkleding, maar wel  in korte broek. Behalve Piet dus, want die had zijn lange broek aan. Had op donderdagochtend  vanachter zijn kopje thee naar buiten gekeken en besloten om toch maar een lange broek aan te doen. Dat appt hij mij dan wel door, maar iedereen weet dat ik op speeldagen mezelf concentreer in een op mijn zolder gebouwd stiltecentrum en dan zeker niet op mijn telefoon ga kijken.

Over het boulen wil ik graag kort zijn: twee gewonnen twee verloren. Ik denk nu ongeveer te weten hoe je dit spelletje moet spelen en als Piet volgend jaar weer 243 vrije uren over heeft, gaan we het vast nog eens proberen. Ik heb bijna alles verteld over deze stranddag, maar u mist nog een verklaring van de titel. Oplettende boulers weten natuurlijk dat de club die de Stetters elk jaar welkom heet als achternaam ‘ZAND” heeft. Vanaf nu niet meer wat ons betreft!! Wij besloten namelijk een specialiteit van de club te gebruiken “de puntzak friet”. Door Piet prachtig vastgelegd op bijgaande foto (de drankjes hebben we alleen voor de compositie gekocht). Deze friet was echter zo ongelooflijk zout, dat alleen onze ernstige trek er voor zorgde dat hij door ons werd opgegeten. Wanneer je zo’n zak uit ergernis in zee zou gooien, zou die meteen veranderen in de Dode Zee. We hebben na deze friet eerst een slokje zeewater gedronken en dat was echt een verademing. Nee, beste mensen, zo zout hebben wij het nog nooit gegeten en wij zeggen dus:

Eet bij club Zand beslist geen friet

Is het advies van Simon en Piet

Die toch een mooie dag hadden

Over een butje en toegepaste psychologie

Op de boulesvelden is een van de veranderingen in het spelreglement inmiddels supersnel doorgedrongen: het vernieuwde uitgooien van het butje. Je mag maar 1 keer proberen en als het niet goed gedaan wordt, mag de tegenstander het daar neerleggen waar het hem of haar belieft. Makkelijk natuurlijk, hadden we veel eerder moeten doen. Scheelt een heleboel tijd en de wedstrijden duren toch al heel erg lang. Het is natuurlijk wel even wennen, want je mag dan wel het butje ergens neerleggen, maar niet de eerste boule gooien.

Hoe gaan we nu verstandig en handig om met deze verandering? Of doen we gewoon maar wat? Nee, natuurlijk niet. De juiste afstand kan van cruciaal belang zijn, dus is er actie nodig.

  1. een deel van de clubavonden wordt vanaf nu besteed aan het uitwerpen van de but op elke gewenste afstand (gooi je een but meer dan 50 cm. voor of voorbij de opgegeven afstand stort je een euro in een speciaal verhuisfonds dat beheerd zal worden door Richard Smis, die nog veel meer van dit soort leuke ideeën heeft).
  2. we maken een uitgebreide inventarisatie van alle spelers in de regio op het gebied van hun meest geliefde speelafstand. (zo weet ik bijvoorbeeld van ons clublid X , maar vertel dit niet verder, dat hij het liefst op X meter speelt. Omwille van de privacy heb ik naam en afstand gewijzigd).

Met deze lijst in het achterhoofd komt de psychologie om de hoek kijken. Stel, ik speel tegen iemand waartegen ik het liefst kort wil spelen. Ik gooi de but nu een meter of 15 ver weg. Ai, de but ligt niet goed. De tegenstander mag hem nu neerleggen. Tegenstander denkt: hij gooit hem ver weg, dus leg ik hem zo dichtbij mogelijk. De but wordt, na uitpassen, neergelegd op 6.06 meter. Ik heb mijn zin.

 

Natuurlijk is het wel van belang dat in het bovenstaande geval de tegenstander echt het gevoel krijgt dat hij mij hier te pakken heeft. Ik moet dat dus in woord en gebaar laten merken. Omdat zoiets niet vanzelf gaat volgt actiepunt c.

  1. vanaf nu worden er op de club korte toneelcursussen georganiseerd. De deelnemers leren in vier avonden de juiste woorden te gebruiken (hemeltjelief, wat doe ik nu?, shit, jakkes) en de daarbij behorende gezichten te trekken.

Doe allemaal mee, dan wordt de but het geheime wapen van Atlantic Boules.

Simon

Op het verkeerde been

Echte wanhoop was het nog niet, maar het kwam er in de buurt. “Er komt in oktober geen clubblad uit, want ik heb nog helemaal niets!” Onze gewaardeerde redacteur Peter liet dat eventjes, toevallig, per ongeluk los aan de koffietafel op de avond van het tireurstoernooi . Onmiddellijk kwamen links en rechts de beloftes los om voor ellenlange artikelen te zorgen die bij elkaar waarschijnlijk genoeg zullen zijn om een klein boekje uit kunnen geven. Voor de zekerheid ben ik toch achter het toetsenbord gekropen om iets te schrijven “ter leringe ende vermaeck”.

Ik had namelijk een aardig stukje in mijn hoofd over internationale scheidsrechters die ik regelmatig zie optreden op You Tube. Ik kijk regelmatig naar top-wedstrijden in Frankrijk al zou het alleen maar zijn om bescheidenheid te oefenen. Wat mij opvalt bij die wedstrijden is de plek waar spelers en tegenstanders gaan staan tijdens de mene. Meestal staan ze met zijn allen op een rijtje ter hoogte van de but. De medespelers van de speler die aan de beurt is staan altijd goed (zij mogen zelf bepalen waar ze gaan staan, al is het tussen werpcirkel en but), de tegenstanders staan heel vaak fout. Volgens artikel 16 van het ISP horen ze achter de cirkel of achter de but te staan en op vele filmpjes die ik heb bekeken is dat duidelijk niet het geval. Bij al die belangrijke wedstrijden staat niet 1 scheidsrechter te kijken, nee, het zijn er zelfs 2. Hebben ze zand in hun ogen? Durven ze niet op te treden tegen die grote petanque-kanonnen? Het reglement is toch duidelijk?

Artikel 16: Gedrag van spelers en toeschouwers Gedurende de tijd die een speler reglementair ter beschikking staat om zijn boule te werpen, moeten de toeschouwers en andere spelers stil zijn. De tegenstanders mogen niet lopen, gebaren, of iets anders doen dat de speler af zou kunnen leiden. Alleen zijn medespelers mogen zich tussen de werpcirkel en het but bevinden. De tegenstanders moeten zich voorbij het but of achter de speler bevinden, in beide gevallen zijwaarts van de speelrichting, en bovendien op tenminste 2 m afstand van but en speler. Spelers die zich niet houden aan deze regels kunnen worden gediskwalificeerd als zij, na een officiële waarschuwing van de scheidsrechter, volharden in hun gedrag.

Voorbij de but; dat is duidelijke taal. Kom op scheidsrechter, zeg er wat van, stuur ze weg, geef ze een waarschuwing! Tja, en nu komt het verkeerde been waar ik op gezet ben. In de toelichting op het reglement staat nog een heel kleine toevoeging: Ten slotte nog het volgende: als je tegenstander er geen probleem mee heeft, mag je in principe overal staan.

Dit staat dus niet in het ISP, maar in de toelichting door onze eigen reglementencommissie (RC) van de NJBB. En wat die zegt is waar, ook al vinden wij gewone stervelingen dat misschien wel eens niet. De RC is namelijk statutair als enige bevoegd om deze reglementen bindend te interpreteren.

Het is dus waarschijnlijk zo bij die wedstrijden in Frankrijk dat alle spelers het wel goed vinden dat iedereen staat waar hij staat en zijn ze vooral bezig met boulen. Heerlijke mensen!

Simon

Koude handen

Een vraag aan de reglementencommissie van de NJBB: “Mag ik tijdens een wedstrijd handschoenen dragen?”.

Over het dragen van handschoenen zegt het RPS niets. Het is dan ook niet verboden. Dat is niet onlogisch omdat het dragen van handschoenen vrijwel altijd meer nadelen dan voordelen oplevert. Mocht een scheidsrechter vaststellen dat handschoenen worden gedragen om het werpen te vergemakkelijken dan wel om een specifieke worp mogelijk te maken staat het hem altijd vrij het gebruik ervan te verbieden.

Vele jaren geleden speelde ik het snerttoernooi met mijn vriend Peter Bakker. Ik noem hem nu echt “vriend”, want sinds ik hem een kaart stuurde die geadresseerd was aan “mijn vriend” is hij daar echt niet meer van af te brengen. De kaart staat bij hem op de schoorsteenmantel en iedereen die bij hem op bezoek komt moet er even naar kijken. Tja, je maakt wat los door zo’n onbezonnen actie. Maar goed, ik speelde met Peter en het ging goed. Omdat het heel erg koud was, had Peter heel verstandig grote motorhandschoenen aangetrokken. Zelfs met die enorme lappen leer aan zijn handen gooide hij de ene na de andere top-bal richting but. Daarmee liet hij zien dat hij speltechnisch hoort bij de elite van de club. Tegenstanders werden helemaal gek van hem en ik had een makkelijke dag. We zaten in de prijzen, dat weet ik nog, maar welke plek we uiteindelijk haalden weet ik niet meer. Peter heeft later zijn handschoenen nog te koop aangeboden, maar volgens mij heeft daar niemand op gereageerd. En het dragen van de handschoenen gaf in dit geval echt geen nadeel aan ons, zoals de regelmannen van de bond suggereren. Gooi je dus een poosje matige boules, probeer het eens met handschoenen.

Simon

Je moet er even wat voor doen

“Moeten we nu alweer trainen?”, verzuchtte mijn zoon vertwijfeld. “Dat is al de vijfde keer deze week!!”. Hij begon het inderdaad wel wat vervelend te vinden: ’s avonds laat nog van Zaandam naar Zaandijk komen en dan pas om een uur of 3 in bed te liggen. En dat dan twee weken achter elkaar. Met zijn vader naar de  verlaten boulesbaan aan de Wezelstraat, lichten aan, en dan een paar uurtjes keihard  oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Ja, die twee weken voor het Snerttoernooi waren zwaar, maar absoluut de moeite waard. Want Ewout plaatste erg sterk en als ik nou ook had mee geoefend, had er misschien nog meer in gezeten. Dankzij overwinningen op Juul en Zoë (spannende partij), een onverwacht eenvoudige winst tegen Ria en Gerda, een extra spannende wedstrijd tegen Roel en Siem (want moeder en echtgenote stond te kijken en toch wisten we te winnen), een verdiende nederlaag tegen Ruud en Mitch en een winstpartij tegen een mogelijke nummer 1 (koppel Piet en Leendert) werden we derde in het eindklassement. We waren  daar uiteraard blij mee, maar het zette ons ook aan het denken. Stel dat het bij het Paastoernooi weer zo gaat? Willen we prijsboulers genoemd worden? Nee dus. Daarom gaan we in de aanloop naar het Paastoernooi niet trainen. Sterker nog: we gaan in de week vooraf laat naar bed en vooral de dagen voor het toernooi flink aan de borrel. Eens kijken hoe het dan gaat. Ook dan wordt het vast een mooie dag.
Simon

Eindelijk!!

Net buiten de muren van het oude stadsdeel van Tarragona bevindt vind je het Camp de Mart. Een parkachtig terrein met kinderspeelplaats, hondenuitlaatveld en…een boulesterrein. Jaren geleden zag ik daar een stel mannen spelen en wilde ze toen heel graag op de foto hebben. Niets bij me om een foto te maken, dus snel aan de aanwezige zwager gevraagd: “Maak even een foto van die mannen, altijd leuk voor een stukje in het clubblad”. De zwager zei JA, maar moest eerst zijn gesprek afmaken en toen was het te laat. De mannen gingen plotseling weg. Shit!

Daarna ben ik nog heel veel keren langs die plek gekomen en heb elke keer gekeken of ik mijn plaatje kon schieten. Nee hoor, het leek alsof ze van de aardbodem verdwenen waren. Tot 6 november 2017. Op die dag, op weg naar de auto, zag ik ze. Vijf oudere Catalanen (dus geen Spanjaarden) lekker aan het boulen. Nu kon ik wel een foto maken, maar wilde dat niet zomaar doen. Ik vraag mijn oudste zoon of hij die mannen wil vragen of ik een foto mag maken. In rad Spaans ratelt hij er op los en de mannen vinden het goed. Het zijn aardige kerels, want ze antwoorden iemand die Spaans spreekt in dezelfde taal en niet in het Catalaans. Wel stellen ze een voorwaarde: ik moet bij de foto zetten dat ze “jonge” mannen zijn. Let ook eens op de kleding, die is al bijna voor de winter. Er staat er nog een in een overhemd, maar de anderen hebben zich geheel volgens de gewoonte al warm aangekleed. De Catalanen (maar ik denk alle Spanjaarden) kijken vooral naar de kalender als het gaat om de kledingkeuze. Half oktober is de nazomer voorbij en trek je iets warms aan. Ik heb ze begin november wel eens een beetje meewarig naar mij zien kijken, als ik in mijn korte broek en overhemd voorbijkwam. Je hoort ze denken: “Wel een reis naar Catalonië kunnen maken, maar geen geld voor normale kleding”.
Heerlijke mensen
Simon

Een zaak van gewicht

Vandaag eens aandacht voor een “zeer belangrijk” artikel uit het ISP, waar in de praktijk erg weinig belangstelling voor is. Ik bedoel het boeiende artikel 2, waarin het gaat over goedgekeurde boules. In het eerste lid wordt gelukkig vermeld dat boules van metaal moeten zijn. Daarmee zetten we de echte camping boulers met hun gekleurde ballen meteen buitenspel. En we worden niet gestoord door het geklots van water waarmee die ballen gevuld zijn. Dat mag trouwens niet, ballen ergens mee vullen en dat kunnen we lezen in lid 4.
In lid 2 en 3 staan de echt interessante eisen waar een boule aan moet voldoen:
Lid 2: een diameter hebben van ten minste 7,05 en ten hoogste 8,00cm;
Lid 3: een gewicht hebben van ten minste 650 en ten hoogste 800g; het handelsmerk van de fabrikant en het gewicht moeten in de boules zijn gegraveerd en altijd leesbaar zijn. 
Kijk, en daar ga ik de komende toernooien nou eens extra goed op letten! Gewapend met een precisie-weegschaal en een grote schuifmaat zal ik de speelvelden afstruinen op zoek naar spelers met kleine boules en lichte boules. Vooral de spelers die al langer met hun boules doen gaan dan bij mij voor de bijl. Want, wat je gebruikt dat slijt! En als je ooit boules had van het minimale gewicht en/of de minimale diameter en er ook daadwerkelijk mee gespeeld hebt, kun je er gif op innemen dat ze nu afgekeurd worden. Van een collega leende ik uit het natuurkunde lokaal een mooie precisieweegschaal en heb daarmee verschillende boules gewogen. Ik kwam bij allemaal uit op ongeveer 3 % gewichtsverlies. Dat verklaart meteen waarom veel spelers moeten wennen aan nieuwe boules, ook al zijn ze officieel van het zelfde gewicht als hun voorgangers: ze zijn gewoon een stuk zwaarder dan de oude versleten boules! Uit pure interesse en tot vermaak van de lezer heb ik aan de reglementencommissie een “gewichtige” vraag gesteld: hoe zit het met die boules van 650 gram waar een poosje mee gespeeld is. Ze zijn ongetwijfeld te licht en mag je er dan nog mee spelen.

Ik kreeg van deze commissie het volgende antwoord:
Op haar vergadering van 09 april 2016 heeft de reglementencommissie uw verzoek van 25 maart jongstleden met betrekking tot “gewichtige vraag; boule<650 gram” behandeld.

Het Internationaal Spelreglement Petanque staat het gebruik van een boule van minder dan 650 gr niet toe. Dat biedt geen ruimte voor tolerantie. Natuurlijk moeten bovendien altijd de merknaam en het gewicht duidelijk leesbaar aanwezig zijn (artikel 2).
In de praktijk betekent dat, dat een boule die bij aankoop 650 gr weegt maar beperkte tijd bruikbaar is voor wedstrijden.
Natuurlijk is er weinig bezwaar tegen dat de speler met zo’n boule wel binnen verenigingsverband speelt. Bij twijfel kunnen spelers de scheidsrechter om advies vragen.
Met vriendelijke groet, Jacques Vuurpijl, secretaris reglementencommissie.

Dat is dus duidelijk: boules mogen geen gram minder wegen dan 650 gram. Ze mogen overigens wel lichter zijn dan het vermelde gewicht en ook een kleinere diameter hebben. De grote jongens onder ons hebben dus niets te vrezen. Dan blijft er nog wel een vraag over. Wordt er wel gespeeld met boules van 650 gram? Worden ze wel verkocht?  Daarom via de mail contact opgenomen met Obut. Van de Franse hofleverancier kreeg ik een heel aardig en beleefd antwoord waar ik helaas niets aan had. Want ze mochten mij geen gegevens verstrekken over hun verkoopcijfers. Nou, dat gaat wel heel erg ver. Ik wilde alleen weten of die boules wel verkocht worden. Daarom maar eens gebeld met het “boule-orakel” uit Naarden: Meep Poel. Heel leuk gesprekje mee gehad en hij vertelde mij dat er in ons land jaarlijks boules verkocht worden van 650 gram. En we kwamen samen tot de conclusie dat boules van de minimale diameter en het minimale gewicht al heel snel niet meer toegestaan zijn. Houd je je alleen bij plaatsen, zoals het hoort (dus niet rollen, maar gooien) dan kunnen ze het wel even volhouden. 
Mijn advies aan de lezer: koop je boules niet te klein en zeker niet te licht (650 g.), want zo’n weegschaaltje past heel makkelijk in mijn scheidsrechterstas en ik houd jullie allemaal in de gaten!
Simon Rintjema

In 4 jaar tijd: 19.7 gram gewichtsverlies

De scheidsrechter heeft altijd gelijk (maar soms niet)

Ooit speelde Atlantic Boules 1 een competitiewedstrijd tegen Les Boules Fleuries in Lisse.  Scheidsrechter van dienst was Teus van der Tonnekreek en die vatte zijn taak terecht serieus op. Vooraf waarschuwde hij de spelers bijvoorbeeld dat er tijdens de partij geen gaten dichtgemaakt worden tussen twee mènes. OK, dat was een goede opmerking.  Maar… later op de dag ging hij behoorlijk in de fout. Na afloop van een partij kwam hij naar Onno en Richard toe, om ze te zegen dat ze verscheidene keren een fout gemaakt hadden in de partij. U kunt zich de paniek voorstellen bij zulke zachtaardige mensen als deze twee. Doen geen vlieg kwaad en nu hebben ze een fout gemaakt!! Ach scheidsrechter, help ons toch, wat deden we verkeerd. (de schrijver van dit stukje voelde op dat moment zijn oren spitsen, want hoewel hij inmiddels scheidsrechter buiten dienst is, interesseert dit hem wel, dus snel een stapje dichterbij).

De arbiter legt het uit: “Jullie hebben een paar keer een boule van de tireur uit het veld gehaald die via de achterwand weer terug kwam in het veld!”  Maar scheidsrechter, dat moet toch volgens de regels? Hij gaat verder : “De regel is dat je moet wachten met het weghalen van de boule.  Als de tireur in de cirkel blijft staan, moet je hem de kans geven zijn tweede boule te schieten. Je haalt hem uit zijn concentratie door de eerste boule weg te halen.”

Beste lezer, u mag nu uit het volgende rijtje woorden er 1 kiezen die van toepassing is op het verhaal dat mijnheer van der Tonnekreek hier ophangt. Kies uit: apekool, kletspraat, onzin of flauwekul. Ach u hoeft niet te kiezen, want ze zijn allemaal van toepassing .

We kijken in artikel 19 van het ISP waar het volgende gezegd wordt over een boule die de uitlijn is gepasseerd: Als de boule vervolgens op het terrein terugkomt, hetzij vanwege de helling van het terrein, hetzij na contact met een bewegend of stilstaand voorwerp, wordt hij meteen uit het spel genomen, en alles wat hij na het overschrijden van de uitlijn heeft verplaatst wordt teruggelegd, mits deze objecten gemarkeerd waren.

In de toelichting zegt de reglementencommissie daar nog het volgende over:

De reglementencommissie interpreteert artikel 19 als volgt: Meteen betekent ook meteen. Als de ongeldige boule zou blijven liggen vormt deze een obstakel in het veld dat weer van invloed kan zijn op het resultaat van de volgende worp. Niemand kan dus claimen dat de boule nog wel even mag blijven liggen. De tireur kan wel een voorkeur hebben, maar heeft absoluut geen recht! De tireur moet wachten, totdat de boule is verwijderd van de baan.

U ziet het: wachten tot de tireur van de tegenpartij is uitgeschoten is hooguit een soort beleefdheid, maar absoluut niet verplicht. Als je die vriendelijkheid wilt opbrengen, is het misschien wel handig om afspraken te maken met je tegenstander over rare situaties die kunnen ontstaan als je een boule laat liggen.

Simon Rintjema (scheidsrechter b.d.)

Daar blijf je toch voor thuis

Ik beken het eerlijk: ik vind kijken naar darten leuk. Heel lang geleden noemde men het pijltje gooien, maar sinds Barney en natuurlijk “onze” Michael kan dat niet meer. Het is echt sport geworden. Met alle gevolgen van dien. Want in navolging van het voetbal is er bij wedstrijden op tv een uitgebreide voorbeschouwing, een tussenbeschouwing en een uiteraard een nabeschouwing. Logisch, want je moet wel ergens je reclameblokjes kwijt. Zelf zet ik tijdens de wedstrijd het geluid uit; ik heb aan de beelden genoeg en dat uitgerekte “onehundredandeighty…” ken ik nu wel. Nee, mijn geluid gaat pas aan bij de analyses van Co, Ronald en Vincent. Ik dacht namelijk altijd dat het bij darten de bedoeling was om zo snel mogelijk zoveel mogelijk punten bij elkaar te gooien, maar het is blijkbaar veel meer dan dat. Dat vind ik echt kostelijk om te horen. Deze mannen verdienen wat mij betreft een gouden medaille in de categorie “hoe kan ik van niets toch nog iets maken.”

Onder leiding van de presentatoren Marcel Maijer en Koert Westerman laten onze ervaren darters hun licht schijnen op de partijen. Een voorbeeld van de scherpe blik van Co: “Tja, hij gooide te weinig triples en dan loop je achter de feiten aan”. Dan val ik dus bijna van mijn stoel, als ik zoiets hoor. Zit ik al de hele partij te kijken en heb ik dat juist gemist! Ronald Scholten blijkt ook een tactisch wonder: “Hij begon de dubbels te missen en dat kostte hem te veel legs”. Briljant toch! Ik zit nu te wachten op het verschijnen van “Het grote handboek van de dartssport” waar hopelijk alles in zal staan wat ik wil weten. Over de opbouw van een partij, van opening tot eindspel. Het gooien van verdedigende en aanvallende darts. Hand- en armhouding. Als dat boek uitkomt, lig ik de avond ervoor op de stoep bij de boekhandel. Ik kijk er nu al naar uit.

En ik hoop dat RTL nog heel lang gebruik blijft maken van onze dart-analisten. Dat maakt de wereld toch een stuk leuker.
Simon

Marbella: gran espectáculo de petanca

Gran espectáculo de petanca.
Holanda contra España.
De Fransen die hier op een andere baan spelen, durven niet of zijn te arrogant.
De Spanjaarden nemen de handschoen wel op.
En zo geschiedt op deze gedenkwaardige feestdag (de Spanjaarden vieren hier de Dag van de Constitutie, Dia de la Constitución Española) dat wij de Spanjaarden uitdagen om hun grondwettelijke feest op te luisteren met een heuse petanca-wedstrijd tegen Nederland.
Omdat we een man tekort komen voor een triplet, gaan we ermee akkoord dat een Italiaan onze gelederen komt versterken.
Dat hadden we achteraf niet moeten doen.
De Italiaan die zich voordeed als een groot tireur, heeft het zo verkloot dat wij twee partijen hebben verloren.
Maar niet getreurd.
Na een week (we gaan naar Osuna en Benalauría om vrienden te bezoeken en komen dan even terug in Marbella) spelen we opnieuw tegen de Spanjaarden.
En dan laten we ons geen Italiaan meer opdringen.
Dan maar liever een van die arrogante Fransen😜

Marbella: Holanda ya se fue

Terug in Marbella voor een week wandelen, eten, drinken en …..Petanca!
Het is 13 december.
We krijgen in ons Pension Aduar kamer 13 en we winnen die avond de petanca-wedstrijd tegen Spanje met 13-12.
Hoezo ongeluksgetal?
We zijn bij terugkeer naar de Club Petanca Marbella meteen met open armen ontvangen en ingedeeld om mee te doen met de Spanjaarden.
Dit keer geen bluffende Italiaan in ons triplettenteam, maar een Spanjaard uit Marbella, Pépé, al 40 jaar lid van de club en een geduchte tireur.
Die kunnen we goed gebruiken want op deze keiharde droge grond schieten onze boules regelmatig ver door achter het butje, wat Pépé er keer op keer toe brengt om het refrein uit het populaire Spaanse kerstliedje over de komst van de Drie Koningen te zingen, waarin op mysterieuze wijze Holland opduikt: Olé olé olé Holanda ya se fue (Holland is al vertrokken).
Wat in deze petancacontext zoiets betekent als dat Beate en ik al uit het spel weg zijn doordat onze boules te hard gaan.
Gelukkig hebben we Pépé die ons weer terug in het spel tireert en winnen we toch een partij met 13-12.